‘Contracteren en sturen op output bij softwareontwikkeling’

Output-gebaseerde contracten voor softwareontwikkeling hebben grote voordelen. Trajecten zijn doorgaans goedkoper, sneller en beter dan wanneer het risico bij de opdrachtgever of de leverancier ligt. Frank Vogelezang van AcICT hield tijdens een recente bijeenkomst van CIO-nxt een presentatie en stond stil bij de uitdagingen en randvoorwaarden.
Vogelezang adviseert als onderzoeker bij het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) sinds 2024 organisaties binnen de rijksoverheid over de slaagkans van ICT-projecten, en draagt daarmee bij aan de juiste inrichting, beheer en onderhoud van informatiesystemen. De kwarteeuw daarvoor werkte de domeinexpert bij de onafhankelijke adviesbureaus Metri, IDC en de leveranciers Sogeti en Ordina.

Praktijkrichtlijn

 
Een belangrijke ontwikkeling is volgens hem de in 2025 door NEN uitgebrachte Nederlandse Praktijkrichtlijn, waar ruim 30 organisaties hebben samengewerkt om hun kennis over het output-gebaseerd contracteren van softwareontwikkeling toegankelijk te maken. Daarmee wordt een alternatief geboden voor de heersende contracteringsmodellen die het risico volledig bij één partij leggen: de leverancier die tegen een vooraf afgesproken prijs moet leveren, of doorlopende kosten voor de opdrachtgever.
“Een vaste prijs geeft helderheid maar wordt stroperig bij scopewijzigingen. Time & material is wendbaar maar de CxO heeft weinig grip op de uiteindelijke output”, vertelde Frank Vogelezang, die persoonlijk betrokken was bij de totstandkoming van de Praktijkrichtlijn.
De risico’s zijn daarbij zoals gezegd verdeeld tussen opdrachtgever en de leverancier, waarbij eerstgenoemde meer gaat betalen als deze meer vraagt (of minder, maar dat is in de IT vooral een theoretische optie), terwijl de leverancier zich op zijn beurt committeert aan een vaste prijs voor een bepaalde eenheid output. Om dat effectief en efficiënt te kunnen doen, heeft de leverancier een groot belang bij het neerzetten van de juiste architectuur.

Regisseursfunctie

 
Vogelezang: “De opdrachtgever moet accepteren dat de leverancier qua architectuur in de lead is. CIO’s en andere techleiders zullen meer als regisseur gaan optreden tussen de software-wensen van de gebruikersorganisatie, het aanbod van de leverancier, de leversnelheid en de prijs.”
De uitdaging is volgens de AcICT-onderzoeker om leveranciers die traditioneel goed gedijen op time & material-contracten in het output-gebaseerde contracteren te krijgen en te houden. “In de regel is sturen op output goedkoper, sneller en beter dan wanneer het risico bij één partij ligt. En dat zorgt uiteindelijk voor meer tevreden CxO’s en hun organisaties.”
Een deelnemer merkte op dat het output-gebaseerde model prima werkt voor relatief op zichzelf staande applicaties. In complexe landschappen is daarentegen veel afstemming nodig met bestaande software, wat output-based contracteren lastig kan maken. Anderen zagen hierin juist de stimulans om zoveel mogelijk complexiteit uit hun landschappen te halen.

En co-creatie?

 
Discussie was er tijdens de bijeenkomst over co-creatie. Is een dergelijke vorm van samenwerking niet randvoorwaardelijk om als opdrachtgever goed helder te kunnen maken wat er per iteratie nodig is? Of is er juist eerst een gedegen refinement nodig om met de bouw te beginnen? Vogelezang: “Bij die laatste visie werkt de nieuwe norm juist verhelderend.”
Enkele aanwezigen vertelden dat ze eerst de architectuur in co-creatie hadden uitgewerkt, om vervolgens output-gebaseerd te kunnen gaan ontwikkelen. Volgens de spreker is dat in een complex bestaand landschap een goede aanvliegroute.
Lees meer over dit onderwerp op de websites van NEN (https://www.nen.nl/) en AcICT (https://www.adviescollegeicttoetsing.nl).

deel dit bericht
Scroll naar boven