Werken onder architectuur verbindt stad, straat en systeem

Te duur, onvoldoende passend, moeilijk aanpasbaar of achterhaald voordat het goed en wel is gerealiseerd. Het zijn vertrouwde klachten bij IT-oplossingen, maar ze klinken evengoed bij de ontwikkeling van steden, gebouwen en fysieke infrastructuur. Architectuurdenken helpt om zulke problemen te ondervangen door afzonderlijke keuzes in een groter geheel te plaatsen.

Dat bleek tijdens een recente ledenbijeenkomst van CIO-nxt in ‘booming Eindhoven’, zoals initiatiefnemers Henry van de Ven en Frans van Duivenboden de stad ervaringsdeskundig beleven en typeren. Drie sprekers belichtten vanuit verschillende perspectieven de samenhang tussen fysieke infrastructuur, gebouwen, digitale technologie en de belangen die daarmee gemoeid zijn.

Strategisch planoloog Eric de Ridder redeneert daarbij sterk vanuit het grote geheel: een bloeiende en zich tot hightech-epicentrum ontwikkelende stad als samenhangend systeem van infrastructuur, functies, belangen en mogelijkheden. Zijn architectuurbenadering biedt een kader waarbinnen afzonderlijke initiatieven betekenis krijgen, zo bleek ten overstaan van aanwezige fractional CIO’s en toezichthouders.

De Ridder refereerde tijdens zijn presentatie aan TU/e-hoogleraar Gerard van Zeijl. Die typeerde de ruimtelijke identiteit van Eindhoven in 1991 als ‘glanzende scherven in een zee van groen’. Precies 35 jaar later is dat karakter nog volop herkenbaar. “We hebben hier te maken met een gevecht om ruimte voor wonen, werken, studeren, energie, mobiliteit, sport en ontspanning. Onze oplossing is ‘verdichting’ door hoogbouw, met behoud van het open en groene karakter.” Onder meer om hittestress door overmatige opwarming te beperken.

De stadsplanoloog stond kort stil bij de ‘urban digital twin’, oftewel een dynamische virtuele replica van de stedelijke omgeving, die stadsplanners en beleidsmakers kan ondersteunen bij te nemen besluiten. “We monitoren onder andere luchtkwaliteit, energiebehoefte, vervoers- en bezoekersstromen. Dit maakt voorspellende modellering, optimalisatie van hulpbronnen en effectbeoordeling van stedelijke ingrepen mogelijk.”

Kloppend hart

Waar De Ridder de ruimtelijke kaders schetst, brengt Eric Duffhuis, directeur Bureau Binnenstad Eindhoven, verschillende partijen en belangen bijeen. Hij heeft te maken met een dynamiek waarin vraag en aanbod voortdurend in beweging zijn. Op basis van publiek-private samenwerking versterkt hij het centrum als het kloppende hart van Eindhoven. “Meer bewoners en economische ontwikkelingen zorgen voor levendigheid en draagvlak voor nieuwe voorzieningen.”

De bruggenbouwer maakt zich sterk voor kwalitatieve groei, die tevens de door Eric de Ridder genoemde verdichtingsdiscussie raakt. Dat vraagt om strakke regie op de herinrichting van de openbare ruimte, waarbij de belangen van onder andere bewoners, ondernemers, studenten en bezoekers worden meegenomen.

Ook hier helpt een digital twin om samenhangende factoren zichtbaar en bespreekbaar te maken. Onder andere bij het in kaart brengen van bezoekersstromen en later wellicht ook het koopgedrag in de binnenstad. Daarnaast wordt er gewerkt aan het kunnen draaien van scenario’s rond crowdmanagement. “Binnen een cultuur van nauwe samenwerking moeten we onszelf en elkaar blijven informeren om samen de juiste plannen voor de toekomst te maken.”

Stedelijke lifestyle

Voormalig Vopak-CIO Leo Brand vertelde over het mede door hem opgerichte NomiLoft, dat weldoordachte, sterk gestandaardiseerde, modulaire woningen bouwt. “Gedreven door disruptieve technologie en ontworpen voor de bruisende stedelijke lifestyle van Generatie-Z”, aldus de CEO met een indrukwekkend track-record als digitale leider en toezichthouder.

Het op prefab gebaseerde NomiLoft, dat naast Brand nog twee andere aandeelhouders heeft, standaardiseert in de basis wat gestandaardiseerd kan worden. Om vervolgens met digitale voorzieningen en aanvullende diensten variatie en toegevoegde waarde te creëren. Standaardisatie van de basis maakt zo differentiatie aan de gebruikerskant mogelijk, een principe dat ook binnen enterprise-architectuur wordt toegepast.

Het is niet voor niets dat de oud-CIO een oude architectuurplaat van Vopak toonde, die de samenhang illustreerde tussen operationele technologie, een gestandaardiseerde IT-onderteuning en een geavanceerde, datagedreven enterprise-technologielaag. “Dit brengen we nu naar de woningmarkt. NomiLoft is de oplossing voor de gewenste verdichting en de behoefte aan goedkoop, snel en efficiënt kunnen bouwen.”

Strategische inbedding

De drie bijdragen laten zien dat architectuurdenken niet uitsluitend helpt om afzonderlijke gebouwen, voorzieningen of systemen te ontwerpen. Het zorgt er ook voor dat wat je bouwt, strategisch is ingebed in een groter geheel. Of het nu gaat om maatwerk, schaalvoordelen door standaardisatie of een toekomstvaste combinatie van beide.

Dat vraagt om een domeinoverstijgende blik, waarbij de ontwikkelaar van een nieuw woonconcept rekening houdt met de ruimtelijke en maatschappelijke opgaven van de stad, terwijl stadsbestuurders oog hebben voor de behoeften en mogelijkheden op gebouw- en gebruikersniveau.

Digitaal speelt daarbij een volgens de initiatiefnemers van de bijeenkomst een sleutelrol. Data en technologie runnen in toenemende mate woningen, bedrijven, economieën en samenlevingen. Systemen, processen en voorzieningen raken steeds nauwer met elkaar verweven, wat de noodzaak van samenhang en doordacht architectuurdenken onderstreept.

deel dit bericht
Scroll naar boven